Je bent mijn lutjeliver!

Hoe kunnen we de zorg zó organiseren dat de bewoner centraal staat en de professional floreert? Deze vraag vormt de start van een waarderend onderzoek dat ik ontwierp voor een ouderenzorginstelling. Zorgprofessionals, bewoners en naasten interviewen elkaar over momenten waarop het leefplezier van de bewoner en het werkgeluk van de professional hand in hand gaan.

Hoe kunnen we de zorg zó organiseren dat de bewoner centraal staat en de professional floreert? Deze vraag vormt de start van een waarderend onderzoek dat ik ontwierp voor een ouderenzorginstelling. Zorgprofessionals, bewoners en naasten interviewen elkaar over momenten waarop het leefplezier van de bewoner en het werkgeluk van de professional hand in hand gaan. 

Ik ben in gesprek met Rick. Hij vertelt over de speciale band die hij heeft met Lies:

Mevrouw heeft 1-op-1-begeleiding nodig. Als ik van haar een belletje krijg, zorg ik dat ik meteen voor de deur staan. En dan zegt ze: “Oh lutjeliver, je bent mijn lutjeliver.” Dat betekent eigenlijk: mijn reddende engel.

Ik denk dat ik rust uitstraal, dat hoor ik vaak. En daardoor kan ik heel snel met mensen bevriend raken. En waar ik heel erg voor sta: doen wat ik zeg. Als ik zeg dat ik terug kom, dan kom ik terug.

Door met haar in contact te komen en te blijven, kan ik heel veel met haar doen: de ADL (algemeen dagelijkse verzorging) bijvoorbeeld en haar daarna meenemen naar de woonkamer, waar ze anders onrustig wordt. Als ze dan ontspannen is, krijg ik kussen op mijn wangen: ‘Het is zo gezellig met jou’, zegt ze dan. Dat doet mij goed. Ik heb altijd een boekje bij me en dat geef ik aan haar en dan vraag ik: ‘Lies, wil je even op mijn boekje passen, ik kom zo bij je terug.’

‘Doe ik lieverd’, zegt ze dan.

Ik kan dan even naar een andere bewoner of aandacht aan assistenten besteden, maar ik zorg dat ik met haar in contact blijf. En dan denk ik: ‘Dat hebben we samen gefikst.’ Ik spreek altijd in termen van we. Maar daar staat ook tegenover dat ze in één keer kan ontploffen, de hele boel op stelten zetten. Dan gaat ze schelden en slaan. Soms als ze de woonkamer in komt zegt m’n collega: ‘Ze is een beetje op het randje’, en dan hoor ik haar al brullen: ‘Wat doe ik hier, die mogolen’, ik wil hier weg.’ Dan ga ik effe naast haar zitten, laat haar een beetje uitrazen en dan pak ik haar hand, en dan zeg ik: ‘’Lies”,… 

Ik wil daarmee zeggen: “Ik sta naast je, ik ben er.”

Met andere bewoners doe ik dat ook.

Ze houdt ontzettend van Duitse slagers. Via haar man ben ik daar achter gekomen. Dan zit ze met een dekentje om zich heen te luisteren en ga ik bij haar zitten. 

Ik heb wel een speciale band met haar. Ik ben haar eerste contactverzorgende. Ze herkent me aan mijn stem en aan hoe ik loop, want ze ziet me niet zo goed. Er zijn meer collega’s die goed met haar kunnen. We wisselen ook met elkaar uit wat we doen. Ik vertel bijvoorbeeld dat ik haar dat boekje of mijn telefoon in de hand geef. Zo leren we van elkaar.  

Waarderend onderzoek start bij deze bijzondere momenten, bij wat er al aanwezig is en wat leven geeft in een systeem. Dat geeft zelfvertrouwen aan professionals, biedt perspectief en zorgt voor optimisme en energie. Energie om te brainstormen over de vraag hoe we nog meer van deze waardevolle momenten kunnen creëren. Energie om deze ideeën stap voor stap in praktijk te brengen.

Wederzijds Werkt!

     06 51 80 79 89          info@wederzijdswerkt.nl             Neptunushof 13, 3951 ES Maarn